dinsdag 27 november 2012

Na Astrid: Annie...


Een tijdje geleden had ik het over Astrid Lindgren en het is bijna onvermijdelijk, dat als ik wat over de beroemde Zweedse kinderboekenschrijfster heb verteld, ook 'Annie' een keer aan de beurt komt. Want zo speciaal als Astrid is voor Zweden, zo is Annie M.G. Schmidt dat voor Nederland. En zoals ieder kind Pippi Langkous kent, zo kent ieder kind Jip en Janneke, maar ook Pluk van de Petteflet, Floddertje, Dikkertje Dap - en nog een heleboel andere versjes... versjes die vaak gaan over eigenwijze kinderen ('ik ben lekker stout') en dito prinsesjes die rissen prinsen aan de deur krijgen maar met de schoorsteenveger willen trouwen. Maar ook voor volwassenen heeft ze veel geschreven.

Nu las ik laatst een boekje van Annie waar ze vertelt 'wat ze nog weet' uit haar jeugd. Sommige dingen kende ik al maar dan alleen als feit, nu werd het een verhaal. Wat me opviel: Annie is eigenlijk precies zoals ze haar geweldige gedichtjes schrijft. En het grappige met Annie is dat ze ook zegt (in dezelfde lijn met Astrid) nooit ouder te zijn geworden dan acht. Zo keek ze naar de wereld, zag de hypocrisie om zich heen en benoemde dat ook gewoon (waar anderen de schone schijn op zouden houden). Dat is iets wat eigenlijk erg te waarderen is, al was ze vaak recht voor de raap maar beschreef het dan ook zó dat - al was het schokkend  - je er eigenlijk om lachen moet. En haar moeder deed dat dan ook in grote zelfspot toen Annie als 13-jarig meisje een versje maakte, naar aanleiding van haar moeders steeds terugkerende klacht 'met de verkeerde getrouwd te zijn...' -
Had ik Maaskant maar genomen
dan was alles goed gekomen
nu ben ik met Schmidt getrouwd
daarvandaan ging alles fout
En ook dat zou zo uit een kindergedichtje kunnen komen - maar dan met een koningin die de verkeerde gemaal had getroffen...
Dat is het met Annie: ze zegt rake dingen die ook als ze eigenlijk dieptreurig zijn, nog leuk klinken.

Kinderboeken

Persoonlijk houd ik het meeste van de Annie van de kinderboeken (en dat terwijl ze kinderen eigenlijk helemaal niet leuk vond) want bij kinderen blijft het allemaal nog onschuldig als je wat te pruttelen hebt tegen de 'grote mensen'...
Want al had Astrid Pippi die deed wat andere kinderen niet mochten, bij Annie proef ik een wat andere sfeer, iets rebels, zoals kinderen ook juist dát willen wat ze niet mogen. Zij is het kind gebleven wat het gevoel beschrijft niet serieus te worden genomen en hoe volwassenen niet doen wat ze zeggen. Bij Annie is, ook als ze ouder wordt, het credo: doe wat je zelf wil. Oók als de schilder langskwam en ze druk aan het 'schrijven' was (al was het meer 'denken'):
“Wanneer andere vrouwen stofzuigen, 's morgens om negen uur, of bedden opmaken of andijvie wassen, dan zit ik uit het raam te staren. Of ik lig op de bank. En niemand wil geloven dat dat werken is. Heel hard werken zelfs. En ik verdien er mijn brood mee. Ik lig dus op die bank en denk: Wat klinkt leuker: Ringel Rangel Ronde, of Ringel Rangel Roezemoes? Soms kan ik een kwartier met zo'n probleem bezig zijn. Er kwam eens een schilder de kamer behangen. Gaat uw gang maar, zei ik, dan werk ik ook gewoon door.
Astrid wordt in het boekje wel aangehaald, als mensen natuurlijk aan het vergelijken slaan en haar zeggen: Je zult de beschrijving van het buitenleven door Astrid Lindgren wel herkennen door je jeugd in Zeeland... (zoals ook ik niet ontkom aan het vergelijken tussen Astrid en Annie).
Maar nee, Annie was eigenlijk een stadskind dat in een omgeving opgroeide waar ze niets mee had, háár wereld was de grote pastorie...
En inderdaad is dát de wereld die ik herken uit Jip en Janneke; het spelen op zolder, het bouwen van een hut in de kamer, in en om huis bezig zijn. En een anekdote uit haar jeugd over de schoonmaak laat zien hoe het huis het domein van de vrouw was - als Lien kamers komt doen in Jip en Jannekes "Jonas in de walvis'... Een koe? Dat was een groot eng beest die in de wei stond, waar je zo snel mogelijk weer bij weg moest komen...

pastorie en de kerk
Over geloof

Ook hier zie je het 'doe wat je zelf wil' als het ware uitvergroot. Annie's vader was dominee, maar zelf ongelovig. Dat werkt natuurlijk niet mee om zelf wel gelovig te worden ('Genesis zijn mythen'... wat zijn dat: 'mieten'? vroeg Annie dan). Maar bij haar was het nóg sterker: vanaf haar zesde jaar sloot ze zich bewust af voor 'het Woord', op wat voor gelegenheid dan ook; als het daarmee te maken had draaide ze een mentale knop om. Het enige wat haar boeide van de kerk, was de toren waar ze geregeld opklom, die overal hoog boven uitstak in het heidense, zoals zij het bijna symbolisch omschreef en het was de enige plek waar ze zich vrij voelde zoals verder nooit meer.
Wat haar ook niet positief hielp, is een verloofde waar ze zo gek op was dat ze de sprong wilde wagen om gelovig te worden en ze deed zelfs belijdenis (als ik het boekje moet geloven). Maar die verloofde vertoonde toen ineens zulk hypocriet gedrag, dat het haar 'geloofs'poging voorgoed de nek omdraaide.

Zo hebben de meest nabije mensen uit haar jeugd, haar een verwrongen beeld van God laten zien. Anders dan Astrid - die liefdevol haar herinnering beschrijft hoe haar vader en moeder elkaar psalmen voorlazen, zet Annie zich (daarom ook) echt af tegen alles wat met God en Bijbel te maken heeft.
Ik denk dat die sfeer naar boven komt, die ik proef zodra Annie voor volwassenen schrijft.

'Bevrijding'

Na de oorlog had ze een groot gevoel van schaamte, in de oorlog niet op een actieve manier verzet tegen de Duitsers te hebben gepleegd; dat gevoel is altijd gebleven. Na de bevrijding wist ze zich wél te bevrijden van het brave milieu van haar jeugd. De vrije moraal in de kringen van het Parool waar zij direct na de oorlog verkeerde, vond ze een verademing.

En net als haar Zweedse collega-schrijfster wilde ze wel dat de maatschappij veranderde maar was daarvoor (in tegenstelling tot Astrid) niet politiek actief; zij probeerde verschil te maken door over bepaalde dingen te schrijven. Eigenlijk had zij altijd al feministische ideeën, die bijvoorbeeld in haar liedjes naar voren komen - maar het activisme in de jaren 60 ging haar allemaal veel te ver en werd ze (bijna tot haar schrik) ineens omarmd door de meer rechts-conservatieve bevolking. En dat terwijl ze daar eigenlijk niets mee had.

klik op de foto voor het gedichtje
Annie had helemaal gelijk met het benoemen van alle onechtheid, en dan vooral wat betreft religieuze mensen met een dubbele moraal. Haar eigen bevrijding daarvan, heeft haar niet verder gebracht dan ook op moreel gebied haar eigen keuzes te maken - in haar relaties en de gevolgen ervan. Haar uiteindelijke keus om haar leven te beëindigen de dag na haar 84e verjaardag, laat zien dat ze ook wat dit betreft, deed wat ze zelf wilde. Alleen, dat de dood het einde is, is een leugen die geen bevrijding zal brengen - al laat je het aardse leven achter je.
Als ze zich niet zo bewust had afgesloten van alles wat met de Bijbel te maken had, was ze misschien ooit ertoe gekomen 'gewoon eens te gaan lezen' - om dan zo te kunnen ontdekken, hoe Jezus zélf was: goed doende aan ieder maar ook messcherp als het ging om gehuichel.

Uiteindelijk...

Diep in haar hart zal ze hebben geweten waar het om gaat: 'het 'Woord', waar ze de knop voor omdraaide, zoals ze dat zelf omschreef. En inderdaad: hoe zul je geloven als je het Woord niet hebt gehoord, omdat je niet wil? Wat je dan nog wél hoort, kun je dan niet 'verstaan' en zo kan Ik je niet genezen zegt Jezus tegen de ongelovige Joden...
Want uiteindelijk - als zogenaamde gelovigen ons teleurstellen (bij wie niemand er iets van ziet!) - óf, als we in onszelf teleurgesteld zijn, - is er altijd nog Jezus Zelf, het levende Woord, die door Zijn Geest zichzelf aan ons bekend wil maken.
Dat blijft niet steken bij de letter maar legt de overleggingen en gedachten van je hart bloot; dat Woord ontmaskert alles wat onecht is (zoals Annie zelf ook wilde schrijven), maakt levend wat dood is.
Maar je zult jezelf uit moeten willen leveren aan Hem, dat betekent: Niet meer mijn wil, zoals ook Jezus zijn eigen wil ondergeschikt maakte, het moeilijkste voor ons mensen....

Ik heb het zelf ontdekt en ontdek het steeds weer opnieuw, dat Hij de Waarheid is, die ons echt vrijmaakt. Dan is de dood niet het einde van een leven wat je te zwaar wordt - en zijn het niet de 'schrijfsels' waarin mensen zoals Annie, voort blijven leven - maar mag je weten nu al het eeuwige leven ontvangen te hebben.











vrijdag 23 november 2012

Stand for Israël, maar hoe?

Now, more than ever, we ask you to pray for Israel’s safety and security, and for comfort for the innocent victims of this terrible war. May God’s sovereign hand extend to swiftly bring peace, protection, and solace to the people of Israel in their time of need. “May there be peace within your walls and security within your citadels” (Psalm 122:7).

^^^^^^^^^^

Deze vraag om gebed, naar aanleiding van Psalm 122, las ik laatst op de site: 'Stand for Israël'. En natuurlijk wil ik bidden voor de vrede van Jeruzalem! Maar toch, ik voel me er ook altijd een beetje ongemakkelijk bij. Daar kijk je wellicht van op, want wát is er waardevoller, dan te bidden voor die vrede als de Bijbel ons daartoe oproept. Juist ook in deze tijd dat er weer een oorlog dreigt en de vijanden van Israël  de dood voor de zaak van Allah als hun allerhoogste verlangen bestempelen.

Toch weet ik zeker dat het Gods bemoeienis is, dat ze er nog steeds zijn - na al de oorlogen die ze sinds 1947 hebben moeten voeren. Want de grond van onze verbondenheid met het Israël van nú, zit hierin dat de profeten hebben voorspeld dat Gods volk in de diaspora, weer zal terugkeren naar het land waar ze uit verdreven zijn. Ezechiël 37 heeft het bijvoorbeeld over een dal met 'dorre doodsbeenderen' waar wonder boven wonder ineens beweging inkomt, die zich samenvoegen en waar vlees en spieren overheen komen; het volk is als het ware uit de graven opgestaan (overal verborgen over de hele wereld) als een wonder nationaal hersteld - al ging er een WO II met een Hitler aan vooraf.
Maar dan is het nog niet klaar want we lezen ook: ´Maar een geest was nog niet in hen...´
en moet de profeet eerst opnieuw profeteren, voordat ze een geest ontvangen. Toegepast zie je dit individueel al wel gebeuren; er zijn tegenwoordig veel Joden die tot geloof komen in de Messias. 

Het moderne Israël 

Het huidige volk in z'n geheel, is echter nog 'gewoon' een seculier volk en is het de vraag in hoeverre ze rekening houden met 'de God van Israël'. Wel zien we dat men geregeld in verschillende situaties, put uit de eigen geschiedenis, die zo verbonden is met die God die wij kennen vanuit de Bijbel. Zo wisten soldaten in één van de oorlogen (in 1967 denk ik) vanuit het Oude Testament, het bestaan van een tunnel waardoor ze gered waren in hun benarde situatie.
Een actueel voorbeeld is de code 'Pillar of Defense' de Engelse benaming van het tegenoffensief dat is gestart tegen Hamas, bedoeld als actie ter verdediging...  De Hebreeuwse codenaam behoeft voor mensen die de Bijbel kennen geen verdere uitleg. Want 'Pillar of Cloud', oftewel 'wolkkolom' verwijst overduidelijk naar de wolkkolom uit Exodus 14: 14 die de Israëlieten leidde door de woestijn - de wolk waarin God aanwezig was en waar Hij voor hen streed. 
Maar, zou je hieruit óók af kunnen leiden, dat de moderne staat Israël - misschien als vanzelfsprekend er vanuit gaat, dat God met hen is? Zoals in Nederland: God, Nederland en Oranje ooit in één adem werd genoemd; een kreet die sommige mensen zich nog wel willen toe-eigenen maar die vandaag de dag toch niet meer zo op gaat.


Mixed feelings

Iets wat ik altijd erg aangrijpend vind is dat veel Joden leven met de aloude verwachting van de Messias; zeker in moeilijke tijden van oorlog zien zij daar naar uit. Dit kwam ook sterk naar voren tijdens een concert waar ik ooit bij aanwezig was, van de muziekgroep 'Tzahal', uit het Israëlische leger, die door Nederland toerde - deze dagen waren zij opnieuw met hun muziek in ons land. 
En zo kom ik langzamerhand tot het eerste punt waar 'mijn' moeite ligt. Want deze jonge mensen - die met gevaar voor eigen leven hun land moeten verdedigen, en die hun psalmen zingen over de Messias die zal komen om hen te verlossen van hun vijanden, zij zullen een nóg véél moeilijker tijd gaan beleven in - wat ik geloof - de nabije toekomst. Dáárom heb ik 'mixed feelings' als we bidden om de vrede van Jeruzalem. Want ons gebed voor hen zal dát feit niet kunnen veranderen! En dat doet je hart bloeden voor dat volk wat nog door de verzoeking van de grote verdrukking zal moeten gaan. Een tijd die 'zo zwaar is, als er niet eerder is geweest en niet meer zijn zal'... en als die dagen niet ingekort zouden worden er 'geen vlees overgelaten zou worden'... zoals Mattheus 24 het zegt.



Welke messias?

Er zit nóg een kant aan die zaak. Want ten tweede zullen veel Joden (gelukkig niet alle!) wél iemand aannemen, maar dat zal een ánder zijn dan Jezus van Nazareth. En denken ze eindelijk hun messias te hebben gevonden, maar het is de anti-christ. De Here Jezus heeft het hen gezegd toen het volk Hem niet wilde: 'Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en u neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen'. (Joh. 5: 43)
Vele Joden worden zo verleid tot de grootste afgoderij, en ze hebben het niet in de gaten ook door vele tekenen en wonderen. Maar die ander zal zich ontpoppen als de grote tegenstander, die zich zelfs in de tempel zal zetten om zich te laten aanbidden.
Het zal ook haast te mooi lijken om waar te zijn: eindelijk lijkt er vrede te zijn, hij sluit een verbond, de tempel wordt zelfs herbouwd (waarvan de plannen al klaar liggen) en voor het eerst na 2000 jaren zal Israël weer de tempeldienst kunnen vervullen, er zal weer geofferd worden...
(Dit is te concluderen uit bepaalde verzen uit Daniël, waar staat dat - na een tijd - hij het verbond zwaar zal maken, 'slachtoffer en spijsoffer zal doen ophouden'... die offerdienst moet dan op een eerder moment weer ingesteld zijn, en zal m.i. ook één van de redenen zijn dat velen hem aannemen) 
Zicht op Jeruzalem vanaf de Olijfberg
We zien in deze tijd, dat de weg als het ware geplaveid wordt voor een sterke man die de vrede in het Midden-Oosten kan bewerkstelligen. En zie ik ineens een parallel, het geestelijk herstel kómt inderdaad, maar er gaat ook hier een grote verdrukking met DE anti-christ als Führer, aan vooraf.
De échte vrede van Jeruzalem, waar we voor mogen bidden, zal pas dán komen als de Messias, Jezus Christus zal verschijnen en Hij zijn voeten zal zetten op de Olijfberg. En wat wordt dat indrukwekkend beschreven in Zacharia 14: 'Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg'.
Ja, de Messias zal komen om hen uit te redden, dan zullen zij zien dat het Jezus Christus is en over Hem rouw bedrijven. Ook in het Nieuwe Testament vinden we deze gebeurtenis terug. Hij zal uiteindelijk de anti-christ doden - met de adem van zijn mond.

^^^^^^^^^^^^^^

En nu? Laten we bidden dat de Joden die hun Messias verwachten, niet verleid zullen worden om de valse Christus achterna te gaan, waar Jezus ook al voor waarschuwde: 'als iemand tegen u zegt: hier is de Christus, geloof het niet!' Maar ook dat ze die vreselijke tijd door zullen komen, die uiteindelijk de opmaat zal zijn naar het geestelijke herstel van het 'overblijfsel' van het volk.

Het gebed van Paulus voor de Joden 
Wij zijn nog op aarde - er is nog steeds uitstel. Ik heb nog een ander gebed: dat nog bij velen van hen, nu in deze tijd, de ogen zullen opengaan voor de Christus en de bedekking weggenomen zal worden.
Paulus schrijft hierover in Romeinen dat hij 'een voortdurende hartzeer heeft om zijn broeders naar het vlees' en wenst dat hij zo mogelijk de naijver van zijn vlees (en bloed) mocht opwekken, en enigen uit hen behouden.  
Dan zullen zij bewaard blijven voor de tijd die komen gaat. Wie weet, - ook als ze misschien in het geheim toch in Jeshuah geloven - als de verzegelden uit Israël, de 144.000 vanuit elke stam, aan wie geen schade toegebracht mag worden in de grote verdrukking. 
Of anders als leden van de gemeente, de hemelse bruid... 

Geloof in de Here Jezus, dan ben jij daar ook bij. Dan gaan we - voordat dit alles op aarde begint - samen de Heer tegemoet in de lucht om voor altijd bij Hem te zijn!




vrijdag 26 oktober 2012

(Klein)kinderen...

Van tevoren kun je gaan bedenken hoe het zal zijn, maar sinds ik écht oma ben is het fenomeen 'kleinkind' voor mij gaan leven. En wel in de vorm van een lief schattig baby'tje wat erg lijkt op mijn dochter als baby. Wat ook zo dezelfde gevoelens en associaties naar boven brengt.
De afgelopen twee dagen kregen we onverwachts gezelschap van moeder en kind. En is het een speciale gewaarwording dat een baby-zo-dichtbij, deze keer niet van mij is maar van mijn dochter. (Zij is al gewend aan het omgekeerde: deze keer is de baby van haarzelf...)
Dat wat iedereen altijd al vertelde is waar: 'kleinkinderen zijn zo leuk want je hebt alleen de lusten en niet de lasten.' (Sommigen gooien er nog een schepje bovenop en vinden kleinkinderen zelfs leuker dan 'eigen' kinderen, maar dan heb je denk ik, vroeger iets verkeerd gedaan door je kinderen teveel als een last te beschouwen.)
De verantwoordelijkheid - en als je net moeder bent, kan het je soms ineens aanvliegen: Help, er is een compleet mensje helemaal van mij afhankelijk! - die ligt bij de ouders. Ik hoefde inderdaad niet uit bed toen er babygehuil klonk de laatste twee nachten hier thuis. :)

Zo vlak na de geboorte viel me dat verschil ook op want - al heb ik haar geboren zien worden en is de liefde even groot - een kleinkind is niet uit mijn lijf gekomen en daarmee niet van mijzelf. En dacht ik aan een mij bekende uitdrukking die ook dit punt aanroert om op een ander vlak iets duidelijk te maken: dat God geen kleinkinderen heeft. Het illustreert dat het niet genoeg is dat je óuders kind van God zijn. Al houdt Hij wel heel veel van jou, je hoort dan toch nog niet écht helemaal bij Hem. Geloven is namelijk een geestelijke zaak en dat gaat niet als vanzelf op jou over - anders dan vroeger in Israël, waar je wél automatisch door je natuurlijke geboorte een kindje van dat uitverkoren volk was. Om de betreffende uitspraak iets anders te formuleren: geestelijk gezien bestaan er geen kleinkinderen. Want zelfs die Joodse kindjes moesten wel tot geloof komen om gered te worden.

Ik vond het als nieuwbakken oma erg mooi te ontdekken dat je zeker net zoveel kunt houden van je kleinkinderen als van je kinderen. Ook dat God zonder onderscheid houdt van ieder kind dat geboren wordt maar zo graag ziet dat - als je opgroeit en zelf na gaat denken - je door persoonlijk geloof in directe relatie met Hem komt en dan helemaal bij Hem hoort. Johannes heeft het er uitgebreid over: dan ben je uit God geboren en zijn we kinderen Gods. God wil namelijk als een echte Vader, niet alleen de lusten maar ook de lasten, de hele verantwoordelijkheid over je leven.

Niet voor te stellen, dat de God die in Genesis één zei: Laat ons mensen maken, heeft besloten dat het niet stopte met de mens na de zondeval. Want evenals God dóór de Zoon, de wereld en ook de mens heeft geschapen, zó heeft Hij - óók door het werk van de Zoon, wat helemaal áf is - ons tot een nieuwe schepping gemaakt. We kunnen opnieuw, als geestelijke mensen geboren worden, waar God door Zijn Geest in woont. Hij heeft ons verworven door het bloed van zijn Eigene staat er, ons die eerst dood waren en zo ver weg van al Gods beloften.

Ben je nog niet een kind maar meer een soort kleinkind van God of sta je nog verder af? Ook voor jóuw nieuwe geboorte heeft de Here Jezus pijn en lijden doorstaan, nog veel meer dan de pijn die een moeder heeft als haar kind wordt geboren, want Hij stierf! Maar stond weer op in kracht!
Zó zijn wij als Gods kinderen dicht aan Zijn hart gebracht. Wat een prachtige plek om daar te mogen zijn!


dinsdag 25 september 2012

In verwachting!

Vorige week was ik bij mijn in verwachting zijnde dochter. Ik mocht bij haar bevalling zijn en het liep zo, dat voordat het allemaal echt begon, ik er al enkele dagen was.
Maar wat is 'voor niets', naast de gezelligheid en de afleiding had ik zo de tijd alvast wat in de 'mood' te komen en met die reden bekeek ik ook uitgebreid het boek van Beatrijs Smulders: Veilig bevallen - welhaast 'de Beatrijs' te noemen (tenslotte was het al even geleden dat ik het zelf aan den lijve ondervond).

Wel apart om er een up-to-date boek over in te zien - want ik las daar over voorweeën en echte weeën, verstrijken, ontsluiting etcetera waarvan ik naast de praktijk, natuurlijk best wel theoretische kennis had maar nu interessante achtergronden las.
Het is duidelijk dat ook hier de kennis steeds vermeerdert en als je als aanstaande moeder weet waarom het proces van bevallen op een bepaalde manier verloopt, je dat geruststelt als het allemaal echt begonnen en 'bezig' is; je herkent dan wat er aan de hand is.

En tóch weet je niet wat er werkelijk zal gaan gebeuren ... Je kan zelfs hoogst verbaasd zijn na uren hard werken dat er een echt kind op je buik ligt, dat grote wonder wat je tegenwoordig via allerlei echo's en bijbehorende foto's en filmpjes al wel helemaal denkt te kennen maar hoe het er in werkelijkheid uit zal zien...
Beatrijs beschreef dat erg mooi:
Ineens is het geheim geopenbaard. Ineens is zichtbaar wat negen maanden lang verborgen is geweest. De eerste blik en ontmoeting is zo overweldigend dat de ouders en iedereen die erbij aanwezig is, alleen maar bezig zijn zich te verwonderen. ... 
De heftigheid van de pijn die plotseling plaatsmaakt voor een even heftig geluksgevoel en weldadige opluchting kan met recht een wonderbaarlijke genezing worden.
Waarom viel dit citaat mij nu op? Het deed me onmiddellijk denken aan een bekend tekstgedeelte uit Romeinen 8. En hoe zou Paulus als vrijgezel nu van deze dingen iets zinnigs kunnen zeggen, maar het is dan ook God Zelf die daar aan het woord is en Hij is de Schepper van al het leven. En zo staat het er:
Want wij weten, dat tot nu toe de hele schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.
En dan, als je een bevalling meemaakt - en we samen zelfs nog aan deze Bijbelwoorden refereerden :) -  gaat het ineens zo spreken dat ook de schepping wacht en in barensnood is, zoals een vrouw die haar baby gaat krijgen, 'in al haar delen zucht' en 'met reikhalzend verlangen uitziet' naar het moment dat het geheim openbaar wordt waar nu nog zo'n pijn voor wordt geleden...
En zeg ik het voorzichtig dat we door deze vergelijking een klein beetje begrijpen van het 'waarom' van de nood en pijn die we zo duidelijk gewaar worden in alles om ons heen. In mensen en de hele wereld, de aardbol die we in al haar delen aan het uitputten zijn, in de hele natuur..

Je ziet dat de schepping - al is deze ook schitterend - het moeilijk heeft en als het ware zucht.
En is er ineens de zekerheid dat - zoals er zeker een kind komt, we mogen weten dat we met z'n allen wachten op iets onvoorstelbaar moois wat nu nog helemáál niet zichtbaar is - totdat eindelijk het pijnlijke proces van lijden voltooid is ...

Maar wáár wacht de schepping dan eigenlijk op? Dat vertelt Paulus ons ook. Op ons!
Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen Gods, in de hoop omdat ook de schepping zelf, van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden, tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods.
Want als de 'geboorte' aanbreekt - en het was prachtig om mee te maken! - en de zonen Gods bekend en zichtbaar worden, dan zal de schepping zelf ook bevrijd worden en is het lijden en de dood voorbij.
Het moment is daar als Christus zal verschijnen en wij met Hem, voor ieder zichtbaar. In het Vrederijk wat eerst aanbreekt zal er genezing zijn van de gebrokenheid die er nu overal is. (zoals ook Beatrijs het noemde...) Wat zal het indrukwekkend zijn om mee te beleven! De vloek op de natuur wordt opgeheven, de satan gebonden.

Dan heersen wij met Christus, breekt de rechtvaardige heerschappij aan. Ja, Hij zal samen met ons regeren over de aarde (in de Psalmen lees je daar veel over). Al weet zij het nu nog niet, maar inderdaad dáár wacht deze wereld op - er zal dan geen sprake meer zijn van al die ingewikkelde economische, politieke en sociale problemen waar de leiders van deze wereld niet uitkomen... maar er zal vrede zijn. Ja, de schepping verwacht ook ons zoonschap!
Ook voor ons is het nog verborgen hoe dat echt zal zijn. Maar we weten dat als Hij terugkomt, we Hem eindelijk zullen zien van aangezicht tot aangezicht en aan Hem gelijk zullen zijn.

Onvoorstelbaar dat die geweldige dingen op ons als gelovigen betrekking hebben. Laten we deze hoop stevig vasthouden. En ken je Hem nog niet? Hij is de grote 'verloskundige' ook voor jou en zal de bevrijding voltooien totdat alle dingen nieuw zijn geworden.
Iets om samen met de hele schepping, reikhalzend naar uit te zien!






zaterdag 11 augustus 2012

Meedoen belangrijker dan winnen?

De Olympische Spelen, nu aan de gang in Londen, blijven spreken tot de verbeelding. Dat is wel duidelijk als je kijkt naar de aandacht van de media, en hoe het halen van een Olympische medaille in de sport als het hoogst haalbare succes wordt gezien. De Spelen draaien om verbroedering van mensen en zeker als het soms zo moeilijk is om iets van die verbroedering te zien in de wereld van vandaag, is het als het ware een strohalm die we vastgrijpen en hopen we dat het ooit vérder zal gaan dan alleen in de sport. En daar is er zeker al wat te zien! Sporters uit landen die politiek gezien elkaar bevechten, staan broederlijk naast elkaar op het podium. Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardige deelnemers (en dat betekent niet dat ze in alle disciplines beiden in dezelfde wedstrijd aan de start verschijnen want er zijn nu eenmaal wel verschillen!) en als er één plek is waar je ook als niet-blanke al decennia lang geheel geaccepteerd wordt, is het de sportwereld.


De essentie
Maar hoe is het ooit begonnen in het oude Griekenland? Een blogje wat ik las zegt hier wel aardige dingen over. De Spelen waren er toen allereerst ter ere van de goden en startten dan ook in Olympia bij de tempel van Zeus. De deelnemers offerden en beloofden de goden plechtig om niet vals te spelen. Meedoen was voorbehouden aan mannen al moest je ook geen 'barbaar' zijn, dan kwam je er bij de oude Grieken ook niet aan te pas. En al is winnen het ultieme resultaat wat voor de enkeling te bereiken is, de Olympische gedachte is dat 'het gaat om het meedoen en niet om het winnen...' - oftewel niet de knikkers maar het spel. Zoals te lezen in deze uitspraak uit het eind van de 19e eeuw:

Het belangrijke in het leven is niet de triomf, maar de strijd, 
het essentiële is niet om te hebben gewonnen maar om goed te hebben gestreden. 
(Pierre de Coubertin - oprichter van de moderne Olympische Spelen...)

Voor hem was het meest belangrijke punt om de strijd op een juiste manier te voeren. Maar toch, de wedstrijd winnen is een grote eer die wordt beloond met goud, zilver of brons. In het oude Griekenland was het de lauwerkrans die de winnaar kreeg omgehangen... En een winnaar die geroemd en geëerd is noemen we nog steeds gelauwerd...
Toen ik las over de krans, dacht ik direct aan Paulus die dit ook enkele keren aanhaalt in het Nieuwe Testament. Mensen in zijn tijd wisten ook precies waar hij het over had, als hij zegt dat een sporter in de renbaan alles wat hem hindert moet afleggen totdat de eindstreep gehaald is. Het is een mooie vergelijking die wedstrijd en van een sporter kunnen we ook als gelovige heel wat leren.

De goede strijd
Anders dan Pierre de Couberin, legt Paulus de nadruk op beide zaken: niet alleen de strijd maar ook de overwinning:

Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven waartoe je geroepen bent
Paulus tegen Timoteus

Als gelovigen hebben we ook die goede strijd te voeren - zoals lopers in de renbaan en jagen we naar het doel. We gaan we voor de prijs van de hemelse roeping. En het lijkt een paradox, maar het is daarmee niét de bedoeling iedereen in de wedstrijd dan maar voorbij te jagen. Nee, ook hier geldt dat zelf verliezen betekent dat je juist zal winnen en hebben we tijdens onze loop juist oog voor anderen die niet verder kunnen. Hen mogen we opbeuren en ondersteunen. Zo zullen zij ook behouden aan kunnen komen.
Op de foto zien we hiervan een prachtig voorbeeld: een atlete die een ander voorthielp en niet aan de eigen zege dacht... haar de laatste 30 meters meenam en het eerst over de finish hielp - In een sportwedstrijd een unicum.

Het draait hier allemaal om de verantwoordelijkheid zó te lopen als past bij mensen die al gered en in de hemel gezet zijn vanaf het moment van bekering. Om hier op aarde ook zo te leven zal echter niet vanzelf gaan en kost strijd... we worden zomaar afgeleid door alles wat er in en om ons heen gebeurt...

Er zijn ook in Londen, velen getuige van de wedstrijden. Onder hen veel oud-sporters die precies weten weten wat de deelnemers doormaken en ze moedigen hen daarom extra aan om vol te houden.
Ook wij hebben een 'wolk van getuigen' - alle geloofshelden uit Hebreeën 11 die ons aanmoedigen om vól te houden als we het erbij laten zitten, als we dreigen te verslappen of zelfs stoppen met onze race...
Maar het beste is de Heer in het oog houden; Hij is onze leidsman die als eerste de loop volbracht. Hoe meer we op Hem gaan lijken, hoe meer we net als Hij kunnen volharden om dóór te gaan.

Onze prijs: het eeuwige leven
Als we uiteindelijk aan de finish zijn gekomen, ligt 'de onverwelkelijke krans' klaar. En al schrijft Paulus: Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt...  tóch zal het later in de hemel niet één heel bijzondere snelle en perfecte gelovige zijn die als enige de krans heeft behaald. Het bijzondere van deze loop is, dat ieder die op de juiste manier zijn of haar race 'loopt', aan het eind de prijs zal behalen. Bij een sportwedstrijd niet mogelijk maar bij God kan dat samengaan en kunnen we aan het eind van de race met Paulus zeggen:

 Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, 
ik heb het geloof behouden;  
voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, 
welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, 
doch niet alleen mij, 
maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad. 
2 Timoteus 4: 7 en 8




dinsdag 31 juli 2012

Over de vader en de zoon

Al zijn alle 10 'mooiste Bijbelverhalen' inmiddels bekend, ik ben nu bij het verhaal op de vijfde plek: de gelijkenis van de verloren zoon. Rembrandt heeft al een prachtig schilderij aan de terugkeer van deze zoon gewijd, Henry Nouwen schreef er een inmiddels beroemd boek over en ook op andere manieren kwam het dichtbij. Wat zou ik er nog van kunnen zeggen? Misschien daarom wel, wil ik het nu eens niét hebben over dat wat bij de meeste mensen bekend is: 'zoon vertrekt met erfenis, verbrast die in het buitenland en komt, na bij de varkens te hebben gezeten terug bij zijn vader, die - op de uitkijk staande - hem uit de verte aan ziet komen en hem in zijn armen sluit...'
Wat mij de laatste tijd namelijk nogal bezig houdt is een boek wat ik las, met het verhaal van een zoon die alles weet, maar er uiteindelijk voor kiest om bij de Vader weg te gaan... of moet ik zeggen: bij God vandaan, die hij waarschijnlijk nooit als vader heeft gezien. De achtergrond waartegen het speelt is mij erg bekend en geeft zo het verhaal extra impact.

Als ik de betreffende gelijkenis in Lucas 15 lees en de twee zonen zie - we zéggen altijd dat het over 'de verloren zoon' gaat maar er staat: Iemand had twee zonen - dan heeft de hoofdpersoon uit het boek, voor mij méér weg van de oudste zoon, die jaloers was toen zijn verloren broer terugkwam en het gemeste kalf werd geslacht, er groot feest gevierd werd... Want hij verlangt diep in zijn hart ook naar zo'n soort welkom van de vader - om diens blijdschap en liefde te zien voor hém. Voor hem is er nooit flink uitgepakt; hij bleef netjes thuis en zijn erfenis is er nog niet doorheen gejaagd. En hij is verontwaardigd. 
Hier zie je het gevaar geïllustreerd dat er ligt in 'het altijd er al zijn', 'alles kennen' met je verstand. Ik herken het feit dat je 'alles' weet omdat je erbij opgegroeid bent, je geen aanwijsbare bekering hebt meegemaakt. Het kan echter verdraaid lastig zijn om van het verstandelijke weten dan bij het hart terecht te komen. Het hart waar je uiteindelijk moet zijn om God ook echt als een liefdevolle Vader te zien en te ervaren...
Want terwijl deze oudste zoon zo dicht in de nabijheid van de vader was, is het besef daarvan nooit echt doorgedrongen. En de liefde van de vader, die voor het grijpen ligt, heeft nog nooit zijn hart getroffen. Je zou bijna zeggen dat hij zelfs met zijn verstand deze liefde niet heeft gekend en was het alleen plichtsbesef dat hij bij de vader bleef en zijn werk deed...

'Echt' worden
Dit alles zie ik terug in het betreffende boek waar ik al wat interviews van heb gezien en wat ik nu las: De vader en de zoon... en de zoon weet alles en heeft zich altijd aangepast maar het was een masker... Maar nu, na vele jaren neemt hij er geen genoegen meer mee om een religieus leven te leiden wat er aan de buitenkant helemaal OK uitziet: je spreekt de woorden en redenaties uit zoals het gebruikelijk is onder de christenen waaronder je opgroeit, je gedraagt je op de manier die van je verwacht wordt, maar alleen uit plichtsbesef.
En natuurlijk, iedereen moet in zo'n omgeving op een bepaald moment keuzes maken omdat je toch in zekere zin worstelt om de wereld van thuis en wat je 'buiten' tegenkomt, met elkaar in overeenstemming te brengen - met alles wat daarbij komt kijken.

Het verhaal in dit boek gaat echter veel verder, beschrijft de bevrijding van knellende banden, van verwachtingen van je omgeving die te hoog gegrepen waren. Het laat zien dat je er niet kómt als je in twee werelden leeft en uiterlijk te zijn waar je innerlijk een aversie tegen hebt. De boodschap en teneur van het boek is, dat het goed is om echt te worden en aan het eind heeft de hoofdpersoon zijn masker laten vallen - al hield dat in dat hij zijn geloof vaarwel moest zeggen. Die bevrijding is alle moeite waard, ook al 'trekken' veel mensen het niet dat hij helemaal 'nieuw', ánders is geworden. Hij is daar óók vrij van: 'het zij zo, ik zit er niet mee'.
Tot het laatste zinnetje - als hij zich af heeft gevraagd of liefde nog terug kan komen en hij 'nu voor het eerst somber' langs zijn gesprekspartner naar buiten kijkt. 
 
En was de boodschap voor mij ineens een stuk minder bevrijdend dan het eerst leek.

'Jezelf vinden' is tegenwoordig helemaal in en ik ben het er wel mee eens dat je dan een eind bent. Maar velen zien dit als het eindpunt (soms zelfs als een bekering - tot God of een thuiskomen) terwijl het een begin is. In dit verhaal waar de auteur eigenlijk zijn eigen geschiedenis beschrijft (al heet de hoofdpersoon anders en is het één en ander in een andere setting gezet), lijkt het voltooien van die zoektocht ook het eindpunt te zijn. De relatie met zijn aardse vader is nu beter dan ooit, ze weten wat ze aan elkaar hebben en natuurlijk is het een geweldige ervaring helemaal jezelf kunnen zijn. Ook kan hij nu uiten wat hij heel lang alleen maar dácht: dat hij God al lang geleden vaarwel heeft gezegd - als een parallel met de oudste zoon in Lucas 15, die naar mijn idee, aan het eind van de gelijkenis meer de verloren zoon lijkt te zijn en het is niet duidelijk hoe het afloopt.
Zo noemt de auteur van het boek zich na 'zijn dood' en 'wedergeboorte' (zoals hij zijn proces benoemt) meer een 'agnost' ... weet niet meer of God er is.


Geef je hart
Maar toch, al is het boek af, het verhaal gestopt, het eind is nog open. Want hij kent de Bijbel van haver tot gort, dat Boek wat nogal wat pretenties heeft. Het was ook erg onwerkelijk om al de bekende teksten in het verhaal tegen te komen, afstandelijk becommentarieerd door iemand die weet waar het over gaat maar de essentie niet heeft opgepakt - want de liefde ontbreekt, gezien de harde en veroordelende preken van de hoofdpersoon/voorganger uit het boek.
En als dit verhaal dan éigenlijk gaat over echtheid en echt wórden, wens ik dat hij - al is het misschien pas over een tijd, zelf zal gaan onderzoeken wat er ‘echt’ is aan alles wat voor hem altijd alleen theorie is gebleven. 

Alleen God is in staat barrières in het leven van mensen weg te halen, mede door ons gebed. Ook in het leven van de schrijver, zodat hij antwoord zal krijgen op de vragen die hij vroeger niet stelde... toen het sowieso niet gebruikelijk was om te praten over de diepere dingen en wat je ergens van vond. Hij is nu zover om de waarheid te zeggen, dat religie waar je hart niet bij betrokken is, niets voorstelt... dat je daar wel zonder kunt! 


Het zou zo mooi zijn als hij zijn zoektocht voortzet en gaat ontdekken dat Jezus synoniem is voor 'echtheid'...  en als je aan Hem je hart verliest, hij uiteindelijk ook zijn hemelse Vader zal vinden.
Dan ben je pas echt thuis! Bij de Vader die tegen zijn oudste zoon zegt: Kind, jij bent altijd bij mij (je hebt altijd alles over Mij geweten!) en al het mijne is van jou. 
Die thuiskomst wens ik alle 'oudste zonen' en dochters, toe. Want alles wat van de Vader is, ligt op jou te wachten.




Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...

Linkwithin

http://www.linkwithin.com/install?platform=blogger&site_id=2144441&url=http%3A//gerda-overvanallesennogwat.blogspot.com/&email=evanschagen61%40gmail.com#